Aminatta Forna interview (De Standaard)

Een tekort aan veerkracht

Lees hier de krantenversie: Aminatta Forna interview Paradox 1Aminatta Forna interview Paradox 2

 

 

In haar meest ambitieuze roman tot op heden houdt Aminatta Forna het Westen een spiegel voor.

 

Kathy Mathys

 

‘Zonder het te beseffen was ik bezig met een trilogie,’ vertelt Aminatta Forna naar aanleiding van ‘De paradox van geluk’. Ook in voorgangers ‘Fantoomliefde’ en ‘Het Huis met de schaduw’ ging het over traumaverwerking. Voor het eerst situeert Forna een roman in Londen, al zijn er passages die zich afspelen in oorlogszones.

De Amerikaanse Jean bestudeert stadsvossen in Londen. Deze gescheiden vrouw observeert diersoorten die niet geliefd zijn bij de mens. Toen ze nog in de VS woonde, was de coyote haar onderwerp. Toevallig leert Jean Attila kennen, een traumaspecialist uit Ghana, die in Sierra Leone werkt en in Londen is voor een conferentie.

 

‘In elke roman probeer ik een vraag te beantwoorden,’ vertelt Forna. ‘In het begin van het schrijfproces weet ik nog niet precies wat de vraag is. Dat komt geleidelijk.

In “Fantoomliefde” ging het om hoe mensen die betrokken zijn bij een burgeroorlog verder gaan met hun leven, welk verhaal ze zichzelf vertellen over die oorlog. Verder was die roman ook een verkenning van de vraag hoe trauma en posttraumatische stress werken. Die thematiek boeit me, ik heb me er grondig in verdiept.

Wellicht kwam het daardoor dat ik op een dag het boek “Veerkracht” kreeg opgestuurd door een onbekende. De schrijver, Boris Cyrulnik, zet daarin helder uiteen wat ik al begon te vermoeden, toen ik in Sierra Leone, het land waar mijn familie woont, onderzoek deed. In Sierra Leone ontmoette ik een psychiater die me vertelde dat het uiteindelijk goed zou komen met de meeste mensen die leden ten gevolge van de burgeroorlog. Hij vond dat het label ‘trauma’ te snel wordt toegekend in de psychiatrie. Vooral in het Westen is dat het geval. Mensen zijn tegenwoordig al “getraumatiseerd” na ziekte of een echtscheiding.’

 

Hoe zat dat bij uw familie? Kwamen zij er bovenop na de dood van uw vader?

 

‘Uiteindelijk wel. Nadat ik had geschreven over de dood van mijn vader in ‘The Devil that Danced on the Water’, een non-fictieboek, dacht iedereen die ik ontmoette dat ik wel gebroken moest zijn. Mijn vader was immers vermoord. Ze verbaasden zich erover dat ik zo vrolijk ben, net als mijn stiefmoeder en de rest van de familie. Natuurlijk hadden we verdriet, maar we waren niet gebroken. De inwoners van Sierra Leone wisten de draad weer op te pakken, dat heb ik mijn eigen ogen gezien. Ook in Kroatië, de locatie van mijn vorige roman, ‘Het huis met de schaduw’, gingen mensen verder met hun leven, leerden ze weer lief te hebben, gingen ze opnieuw dingen kweken in hun moestuin.’

 

In ‘De paradox van geluk’ richt u voor het eerst uw blik op het Westen. Hoe veerkrachtig zijn wij?

 

‘Het is bedroevend gesteld met de veerkracht in het Westen. Het is geleden sinds de jaren 1940 dat we een oorlog meemaakten. Ondanks die duurzame vrede zijn we onszelf heel erg gaan afschermen van de wereld. Ik ben soms geschokt wanneer ik zie hoe weinig weerbaar westerlingen zijn, hoe onhandig en zwak ze opereren wanneer er iets onaangenaams gebeurt. Mensen uit mijn omgeving zijn totaal gebroken door gebeurtenissen die onvermijdelijk zijn, die ze hadden kunnen verwachten.

Het probleem is dat we ons te veel vastklampen aan het idee dat we gelukkig moeten zijn. Alles wat dit ideaal overschaduwt of tijdelijk opschort, zien we als een bedreiging of een mislukking. Ik woon tegenwoordig in Washington en daar krijg ik constant de vraag voorgeschoteld: hoe vind je geluk? Alsof ik een zelfhulpboek heb geschreven! Wel denk ik graag na over hoe wij het idee van ‘geluk’ invullen. Voor mij maken zogenaamde negatieve gevoelens ook deel uit van de geluksbeleving.

Afrikaanse kinderen weten dat ze al op jonge leeftijd narigheid kunnen meemaken. Westerlingen rekken de kindertijd onnodig lang. We schermen onze kinderen te veel af en we zadelen ze te veel op met onze ideeën over perfectie.

Hulpverleners vertelden me welke factoren belangrijk zijn voor de ontwikkeling van veerkracht. Ten eerste hangt alles af van het land waar je bent opgegroeid. Wanneer je in een Afrikaans land woont, heb je heel andere verwachtingen van het leven en besef je dat er vervelende dingen gaan gebeuren. Dat verhoogt de veerkracht. Andere factoren: je nabije omgeving – de gemeenschap waarin je woont – en je temperament.’

 

Attila duikt al heel even op in ‘Fantoomliefde’. Liet dit personage u niet los?

 

‘Zelfs toen ik ‘Het Huis met de schaduw’ schreef, bleef ik aan Attila denken. Daarom schreef ik enkele korte verhalen over hem, ondermeer een over zijn ex, Rosie. Zij lijdt aan dementie en herkent hem niet meer.

Ik was gehecht aan Attila. Toch wilde ik niet meer over Sierra Leone schrijven. Ik heb eerder geschreven over wat ik de ‘westerse blik’ noem. Het Westen kijkt vaak naar de rest van de wereld, geeft kritiek. Waar het Westen minder goed in is, is zelfonderzoek. Wat zou iemand uit Sierra Leone vinden van onze levensstijl en onze waarden? Die vraag stellen we ons niet graag. Daarom heb ik Attila naar Londen gestuurd.

Attila is een levensgenieter, ondanks de gruwelen waarvan hij getuige is. Ik heb iets van mijn eigen ervaringen in dat personage gestopt. Het leven in Londen heeft iets kunstmatigs voor hem. Toen ik heen en weer reisde tussen Sierre Leone en Londen had ik datzelfde gevoel. Die werelden lagen zo ver uit elkaar dat het leek alsof ik telkens door een muur wandelde, zoals in een sciencefictionfilm.

Mijn ideeën over het andere hoofdpersonage begonnen vorm te krijgen, terwijl ik lesgaf aan Williams College in Massachusetts. Ik zag er veel dieren en begon hen te observeren, te lezen over hun gewoonten. In die regio zitten coyotes en ik interesseerde me voor de geringe afstand tussen mens en dier. Ook vanuit ons Londense huis heb ik altijd wilde dieren geobserveerd. Er zitten vossen in de tuin. We laten ze begaan, houden van hun gezelschap. Vanuit mijn gedachten over dieren ontstond Jean.’

 

Is er een verschil in de manier waarop wilde dieren worden aangepakt in Engeland en de VS?

 

‘In Amerika lopen de emoties sowieso hoger op. Het valt me op dat sommige deskundigen het hadden over het ‘conflict’ tussen mens en dier, terwijl anderen het hebben over ‘co-existentie’. Ik las het boek ‘Coyote at the Kitchen Door’ van bioloog Stephen DeStefano. Hij ergert zich aan de manier waarop de mens controle wil uitoefenen. Aan de ene kant willen we in het groen wonen, aan de andere kant mogen er geen ‘vervelende’ dieren rondlopen. Toch is er in Engeland ook heel veel te doen rond vossen.’

 

Hebben de dieren in de roman ook een symbolische betekenis? Ze doen denken aan allerlei ongewenste nieuwkomers in de stad.

 

‘Ik zinspeel daar inderdaad op. De roman heeft een uitgebreide cast want ik wil mensen laten zien die er op een of andere manier niet helemaal bijhoren: kleine kinderen, zieken zoals Rosie, bejaarden, mensen die een niet-westerse achtergrond hebben. In de stad heerste het principe van de ‘survival of the fittest’. Wie rijk is, sterk en – in veel gevallen – mannelijk heeft meer kans om het te maken. Ik wil de vraag stellen wie welke rechten heeft in de stad, wie erbij hoort en wie altijd een buitenstaander zal blijven. Dieren zullen er sowieso nooit echt bij horen. Daarvoor is de westerling te neurotisch en controlerend.

De manier waarop bepaalde kranten schrijven over wilde dieren in steden en over immigranten is gelijkaardig. ‘Je hoort hier niet thuis,’ lees je in dergelijke publicaties, zowel over vossen als nieuwkomers. Dit is niet nieuw. Kijk maar naar de uitroeiing van zowel wolven als indianen in Amerika. De jagers werden betaald per scalp. Er was nauwelijks een verschil. Ik zou zelfs durven stellen dat westerse landen hun koloniale onderneming verplaatst hebben naar het binnenland. Ze trekken niet meer naar het buitenland om gebied te veroveren, maar de politiek die ze voeren tegenover minderheden draait ook om macht en controle.

 

Dieren zijn natuurlijk ook om een andere reden interessant als symbool: ze zijn uitermate weerbaar.

 

Inderdaad, kijk maar naar de vos. Hij is niet enkel gemarginaliseerd, maar ook ijzersterk. Sommigen willen dat er op vossen gejaagd wordt, terwijl onderzoek uitwijst dat het geen zin heeft. Er komen er alleen maar meer bij.

Ik denk geregeld na over hoe de wereld er zal uitzien over vijftig of honderd jaar. Sowieso zijn er dan vossen in beeld. De natuur trekt haar plan. Ik kom graag op Nunhead Cemetery, de plek waar Jean gaat hardlopen. Het is een begraafplaats in Zuid-Oost-Londen die sinds een kwarteeuw niet meer in gebruik is. De natuur heeft het daar al aardig aan terrein gewonnen. Over twintig jaar zullen de graven volledig overwoekerd zijn.

 

****

Aminatta Forna – De paradox van geluk – vertaald door Aleid van Eekelen-Benders en Mariella Duindam – Nieuw Amsterdam – 415 blz.

 

Stadslagen:

 

Jean bestudeert vossen en legt ecologische dakterrassen – natuurlijke ruimten, noemt ze die – aan. Tijdens een van haar hardloopsessies botst ze letterlijk op tegen Attila die in Londen komt praten over weerbaarheid en trauma. Beide geraken betrokken bij de zoektocht naar een weggelopen jongetje, een mysterie dat halverwege de roman wordt opgelost. Het gaat de schrijfster dan ook niet zozeer om spanning en suspens, wel om een trage verkenning van haar personages en hun werelden.

Forna laat stadslagen zien die je niet zo snel opmerkt. Je komt te weten dat Nigerianen in Londen in de beveiligingsector werken, Ghanezen in de horeca. Veel meer dan enkel het verhaal van Attila en Jean is dit een roman over een gemeenschap, over mensen die elkaar helpen wanneer de nood hoog is. Dat de Afrikaanse personages plezier maken tijdens de zoektocht naar het verloren kind verbaast Jean. Zij vertegenwoordigt de blik van het Westen. Gelukkig maakt Forna van de Amerikaanse geen zwakkeling die van het minste van slag is. Jean is een complex personage.

Het boek gaat breder dan de thematiek van weerbaarheid. Forna schrijft overtuigend over liefde, rouw en verdriet. Jammer dat de vertaling bij momenten stroef is: ‘Attila liep met ochtendgloren in de rug.’ (KM)