Catherine Lacey – Niemand is ooit verloren ( De Standaard)

niemand-is-ooit-verloren-catherine-lacey-boek-cover-9789082410655Het landschap in haar hoofd

 

Een vrouw vlucht voor haar woeste binnenkant in Catherine Laceys indrukwekkende debuut, ‘Niemand is ooit verloren’.

 

Kathy Mathys

 

Wanneer mensen een boek, film of serie ‘te Amerikaans’ noemen, bedoelen ze daarmee: te dramatisch, te sentimenteel of te onwaarschijnlijk. Elyria, ik-verteller van ‘Niemand is ooit verloren’, is scenarioschrijver voor soapseries waarin het grote drama en de bombastische emotie worden opgezocht. Grappig is dat want zij is niet goed in emoties, grote of kleine.

De soapschrijfster vormt de spil van Laceys debuut, een roman die allerminst Amerikaans is in de hierboven genoemde betekenis. ‘Niemand is ooit verloren’ is net zo ruw als de oceaanstenen waaraan het hoofdpersonage zich dreigt te bezeren. Een rauw en bevreemdend boek is het over een vrouw die Brooklyn onaangekondigd verlaat en naar Nieuw-Zeeland reist. Haar leven is niet in gevaar, haar man is geen geweldenaar, er is geen directe aanleiding. Ze heeft alleen het gevoel ‘in zichzelf dichtgenaaid te zitten’. Vervreemding dus, van zichzelf, van haar man, van haar hele leven.

Tijdens een lezing in New York ontmoette ze ooit een Nieuw-Zeelandse dichter die haar uitnodigde om langs te komen. Dat wordt dus de bestemming van haar reis. Al liftend trekt ze door het land. Van sommige liftscènes gaat een acute dreiging uit; je vermoedt hakmessen in de kofferbak, wanneer ze instapt bij mannen die te lang alleen zijn geweest met hun gedachten. Een thriller is ‘Niemand is ooit verloren’ niet en toch, ondanks de losse verhaallijn, bezorgt Lacey de lezer een intense, meeslepende leeservaring. Dat heeft te maken met taal en compositie.

Lacey schrijft lange zinnen die hun best doen om Elyria’s gedachten te volgen. Onstuitbaar zijn ze, die gedachten en overpeinzingen, die voor Elyria geen manier vormen om oplossingen te vinden. Het zijn bijproducten van haar overactieve geest. Soms jagen ze haar angst aan, meestal wenste ze dat ze zich voor de stroom kon afsluiten. ‘Niemand is ooit verloren’ laat ons, veel meer dan de Nieuw-Zeelandse omgeving, het landschap zien in Elyria’s hoofd.

 

Snel bloed

 

Het hoofdpersonage is getrouwd met een wiskundedocent die een pak ouder is. Verlies bracht hen samen: Ruby, Elyria’s adoptiezus en assistente van de professor, pleegde zelfmoord. Elyria vermoedt dat ze is gevallen voor het verdriet in haar man, wiens moeder ook al zelfmoord pleegde. Wel was er in het begin van het huwelijk sprake van echte verliefdheid. De redelijkheid waaronder de wiskundedocent zijn verdriet heeft bedolven, vindt Elyria onverdraaglijk. Dit schrijft ze over de man in die typische stijl van haar: ‘(…) want mijn man had alleen de allernoodzakelijkste hartslag en geen greintje wildheid, maar zijn verlies was wild, wild en gevuld met snel bloed, en dat woedende, felrode iets kon ik begrijpen. Ik wist dat ik misschien niet verliefd was op een mens, maar op een mensvormige leegte.’

Wanneer Elyria door de dichter aan de deur wordt gezet, dwaalt ze rond. Haar gedachten worden warriger, meer paranoïde; ontmoetingen met anderen worden problematischer. Inzichten dienen zich mondjesmaat aan, dat kan ook niet anders in een boek over de rusteloze geest. Als het hoofdpersonage al iets beseft, dan is het dit: ze kan niet loskomen van haar geschiedenis, zelfs niet aan de andere kant van de wereld. Het lijkt een wijsheid uit een damesblad maar voor Elyria is dit inzicht gigantisch. Ook krijgt ze door dat de angst ons allen in meerdere of mindere mate omklemt.

Lacey beschrijft een vrouw die zich wapent met zwarte humor op de emotionele momenten, een vrouw die niet begrijpt waarom ogenblikken niet blijven duren. Elyria houdt van het woord ‘zuurstokroze’, een lief woord, maar lief is dit boek niet.

De Amerikaanse schrijft met afstand en toch is deze roman doorleefd en breekbaar. Op elke bladzijde staat wel een gedachte die je verrast doet opkijken. Soms is het personage drammerig, een enkele overpeinzing duurt te lang, wat niet wegneemt dat dit een opwindend debuut is. Net als Eimear McBride of Lydia Davis graaft Lacey diep in de geest van een getroebleerde vrouw. Het resultaat laat een stevig bezinksel achter in hoofd en hart van de lezer.

 

****

 

Catherine Lacey – Niemand is ooit verloren – vertaald door Gerda Baardman en Lydia Meeder – Das Mag Uitgevers – 287 blz.