Michael Chabon interview (De Standaard)

Dingen en mensen repareren

 

Michael Chabon graaft dieper dan ooit in een roman over familie en geestesziekte.

 

Kathy Mathys

 

Hij wordt vaak in één adem genoemd met die andere Amerikaanse kanonnen: Jonathan Safran Foer, Jonathan Franzen, Jeffrey Eugenides. Dat heeft te maken met zijn panoramische aanpak en ambitie, zijn populariteit en zijn prijzenkast. Toch is Michael Chabon in minstens één opzicht een heel ander soort auteur: tot voor kort hield hij zich niet echt bezig met de verkenning van de menselijke geest. Chabon schrijft avonturenverhalen waarin hij zijn grote liefde voor strips, sciencefiction en populaire muziek botviert. Hij schreef zelfs een aantal genreverhalen zoals ‘Heren van de weg’.

 

‘Het eerste wat ik schreef, was genrefictie. Ik vond dat er niet voldoende verhalen waren over Sherlock Holmes en ging mijn eigen Sherlock Holmes-avonturen verzinnen. Ik vind horror of scifi helemaal niet minderwaardig. Voor mij zijn er enkel goede en slechte boeken. Een slecht boek staat vol met slordige zinnen. De stijl, de toon, daar gaat het om. Je kan net zo goed een prachtig boek maken over zombies.’

In zijn nieuwe roman ‘Maangloed’ laat Chabon zijn avonturenkant zien, maar hij voegt er iets aan toe. Met het portret van de grootmoeder leren we een intimistische Chabon kennen.

 

Familielegendes

 

De uitgever presenteert ‘Maangloed’ als een enigszins gefictionaliseerde versie van het leven van Chabons grootouders aan moederskant. Toch ligt het ingewikkelder. Wanneer we beginnen te praten blijkt al snel dat de fictionele component veel meer gewicht heeft. Meer nog: de grootvader in het boek lijkt nauwelijks op Chabons echte grootvader.

 

‘In de roman wordt de grootvader ontslagen omdat hij plaats moet ruimen voor Alger Hiss (medewerker van de regering die verdacht werd van spionage voor de Sovjet-Unie, KM), nadat die vrijkomt uit de gevangenis. In werkelijkheid is dit de broer van mijn grootvader overkomen. Ik heb dit altijd een interessant verhaal gevonden omdat het laat zien hoe mijn familie geraakt werd door de Koude Oorlog en de gebeurtenissen in het McCarthy-tijdperk. Die botsing van kleine en grote geschiedenis prikkelde me, al wist ik lange tijd niet wat ik ermee moest.’

Binnen Chabons familie doen er verschillende versies van dit Hiss-verhaal de ronde. Gezien zowel de grootvader als diens broer al lang gestorven zijn, was het onmogelijk voor Chabon om de exacte details te achterhalen.

‘Hoe kunnen we ooit bij de waarheid komen? Het antwoord is simpel: dat kunnen we niet. Door telefoongesprekken met nakomelingen van mijn grootvader en grootoom vond ik mijn thematiek: ik zou gaan schrijven over de manier waarop verhalen circuleren binnen families. Hoe verhouden herinnering en waarheid zich?’

In ‘Maangloed’ valt de net ontslagen grootvader zijn baas aan en belandt hij zelf in de gevangenis. Zoiets is sowieso nooit echt gebeurd en daarmee bevindt Chabon zich al vanaf hoofdstuk één op het terrein van de fictie.

‘Mijn echte grootvader was een prater, een komiek, hij was heel anders dan de grootvader in de roman. Hij was niet zwijgzaam, hield geen dingen verborgen. Ik heb wel bij zijn sterfbed gezeten maar er kwamen geen grote bekentenissen. Hij zat onder de pijnstillers en vertelde over zijn kindertijd in New York in de jaren 1910 en 1920. Het waren geen donkere verhalen.’

Toen Chabon begon te schrijven, bleek de vertelstem heel dicht bij zijn eigen stem te liggen. Zo ontstond het idee om de roman te verpakken in de vorm van memoires. ‘Toch ben ik enigszins huiverig om het proces zo te omschrijven. Het klinkt zo rationeel en logisch allemaal. In werkelijkheid probeer ik dingen uit tot ik iets heb waarmee ik verder kan.’

 

Heeft u iets met het autobiografische genre?

 

Eigenlijk heb ik er een lichte hekel aan. Literaire memoires en autobiografieën krijgen vaak een hogere waardering dan romans dezer dagen. Dat ergert me. Ze zijn zogenaamd authentieker dan fictie en dat vind ik bullshit. Ik wil niet beweren dat schrijvers van autobiografieën de lezer bewust misleiden met hun ‘enige en echte werkelijkheid’. Ze hebben vast goede bedoelingen. Maar wie erover nadenkt, moet toegeven dat elke autobiografie niets anders is dan een tijdelijke versie van de feiten. Schrijf je het boek een jaar later, dan krijg je een ander verhaal. Ik hou ervan wanneer autobiografische schrijvers het probleem van herinneringen ophalen thematiseren of wanneer ze toegeven dat ze niet anders kunnen dan een en ander fictionaliseren.

Veel autobiografieën zijn onoprecht qua vorm, nog een reden waarom ik ze niet echt mag. Ze hebben niet zelden dezelfde spanningsboog als een roman, terwijl het echte leven juist veel chaotischer is. Het echte leven lijkt qua vorm helemaal niet op een roman.

Ik merk dat sommige lezers ‘Maangloed’ anders benaderen dan mijn eerdere werk. Ook al staat er in de verantwoording dat ik een heleboel heb verzonnen, toch vragen ze hoe het precies zat. Dan vertel ik ze dat het vooral de grootvader en de grootmoeder zijn die weinig gemeen hebben met hun echte tegenhangers. De biografische gegevens van de verteller kloppen wel, hij lijkt heel erg op de jonge schrijver die ik was.

 

De grootvader in het boek zegt tegen de jonge schrijver: ‘Je denkt dat het (mijn verhalen, KM) jóú verklaart. (…) Het verklaart niets.’ In hoeverre worden we gevormd door de verhalen binnen onze families?

 

Volgens mij heeft de grootvader ongelijk. We worden wel degelijk gevormd door familielegendes, door wat we geloven over onze voorouders. Dat is ook het ironische aan mijn boek: de familiegeschiedenis is in veel opzichten verzonnen en toch is ze ook waar, vertelt ze veel over mij op een manier die enkel de mensen die mij het best kennen – mijn vrouw, mijn broer – kunnen doorgronden.

Mijn vader is nooit voortvluchtig geweest, hij is nooit echt verdwenen zoals in de roman, maar die verzonnen gebeurtenissen symboliseren wel de verlatenheid die ik voelde toen mijn vader ons in de steek liet. De echtscheiding van mijn ouders was een van de meest ingrijpende gebeurtenissen in mijn leven. Ik was dertien toen mijn vader wegging. Sindsdien heb ik heel wat surrogaatvaders verzameld, ik heb veel vriendschappen met mannen die ongeveer mijn vaders leeftijd hebben.

Hoewel mijn vader grotendeels afwezig was heeft hij toch invloed gehad: hij was een culturele veelvraat die zowel naar Schönberg luisterde als naar ‘Star Trek’ keek. Van hem heb ik geleerd geen onderscheid te maken tussen ernstige en meer frivole genres. Hij koketteerde zelfs met zijn liefde voor ziekenhuissoaps.

 

Verborgen autobiografie

 

We praten verder over familielegendes en geheimen binnen families. Volgens Chabon heeft elke familie geheimen en doet de ene familie meer moeite om die verborgen te houden dan de andere. Chabon:  ‘Ik kom uit een familie waarin je maar beter niet kon vragen naar duistere zaken. Daarover werd niet gepraat. Er zijn geen dagboeken of brieven bewaard. Ik hield van mijn grootouders maar pas toen ik volwassen was kon ik ze zien als echte mensen. Dan was het te laat, kon ik niet echt meer vragen naar hun leven. Zo is het voor de meeste meesten van ons. Hoeveel weten we nu eigenlijk van onze grootouders en zelfs van onze ouders?’

 

In ‘Handboek Man’ vertelt u dat u graag dingen repareert, elektrische apparaten en dergelijke, net zoals de grootvader in ‘Maangloed’. Heeft u veel met hem gemeen?

 

Ja, ik zit graag te sleutelen aan dingen. Geef mij een kapotte halsketting en ik ben enkele uren zoet. Schrijven doe ik op dezelfde manier, ik schaaf tot het in mijn ogen goed is en dat kan heel lang duren. Ik doe niets liever dan tientallen keren over dezelfde zinnen gaan. En ja, je hebt gelijk, ik lijk erg op de grootvader. Meer nog, misschien is dit boek uiteindelijk wel een zelfportret. Ik wil helemaal niet beweren dat ik een even moeilijk leven heb gehad als mijn personage. Toch zijn er overeenkomsten. Tussen de geboorte van ons tweede en ons derde kind had mijn vrouw (schrijfster Ayelet Waldman, KM) een miskraam na vijf maanden. Die gebeurtenis heeft ons getekend. Toen beseften we dat we onze kinderen niet kunnen beschermen, het is een gevoel dat elke ouder op een gegeven moment overvalt.

 

De grootvader repareert niet alleen dingen, hij probeert ook zijn vrouw ‘te repareren’. Heeft u dit ook geprobeerd?

 

Ja, dat heb ik gedaan, het was een onderneming die gedoemd was te mislukken. Ayelet worstelt al jaren met psychische problemen, ze heeft depressies en kampt met stemmingswisselingen. Ze heeft daar openlijk over geschreven (zoals in haar meest recente boek ‘A Really Good Day. How Microdosing Made a Mega Difference in My Mood, My Marriage, and My Life’, KM). De grootmoeder in de roman heeft andersoortige psychische problemen en haar verhaal is een pak dramatischer. Toch heb ik voor dit boek geput uit mijn angsten wat Ayelet betreft. Ik weet hoe het is om getrouwd te zijn met iemand die zich volledig kan afsluiten en die ervaring gebruikte ik voor de grootvader.

In een eerste versie was de grootmoeder nog een enigmatische figuur. Ayelet vond dat ze beter uitgewerkt moest worden. De scènes die ik nu het sterkst vind, heb ik aan het eind geschreven, binnen enkele weken tijd. Het vloeide eruit, iets wat me zelden overkomt. Het was geleden van enkele passages uit ‘De wonderlijke avonturen van Kavalier & Clay’ dat ik in die flow zat.

 

****

 

Michael Chabon – Maangloed – vertaald door Jan de Nijs, Gerda Baardman en Tjadine Stheeman – Ambo Anthos – 406 blz.

 

Wervelend en aangrijpend:

 

De grootvader in ‘Maangloed’ trouwt met een Frans-Joodse vrouw die getraumatiseerd is door de gruwelen die haar werden aangedaan tijdens de Tweede Wereldoorlog. Ze lijdt aan visioenen, wordt geregeld opgenomen voor psychische problemen. De grootvader vocht in Europa tijdens de oorlog. Daarna krijgt hij steeds meer belangstelling voor het Amerikaanse ruimtevaartprogramma.

Chabon vertelt niet chronologisch, hij wisselt stukken uit het vroege, het latere en het hoogbejaarde leven van de grootvader met elkaar af.

Vooral in het eerste deel herkennen we de uitbundige Chabon uit ‘De wonderlijke avonturen van Kavalier & Clay’ en ‘Telegraph Avenue’. In het tweede deel treedt de grootmoeder op de voorgrond en begint de schrijver zijn personages meer uit te diepen.

Als steeds is de stijl van Chabon een van de redenen om hem te lezen. Vroeger kon de schrijver zich wel eens verliezen in een opeenstapeling van metaforen en vergelijkingen. Hier is het allemaal goed gedoseerd. Voor het eerst schrijft Chabon een roman die niet alleen kleurrijk is en wervelend, maar ook aangrijpend. Enig minpunt: de verteller klinkt niet altijd als een biograaf. Hier en daar lees je dingen die enkel passen in romans, niet in biografieën. (Kathy Mathys)