Colm Tóibín – Nora Webster ( De Standaard)

Een doodgewoon leven
Op 5 januari wordt de Costa Novel Award uitgereikt. ‘Nora Webster’ van Colm Tóibín zou een verdiende winnaar zijn.
Kathy Mathys
Dit is het boek waar hij jarenlang omheen cirkelde, het meest nabije, het meest autobiografische. In ‘Nora Webster’, zijn achtste roman, schrijft Colm Tóibín over wat er gebeurde na de dood van zijn vader. In het landelijke zuidoosten van Ierland bleef zijn moeder achter met vier kinderen. Dit is geen autobiografie en dat laat Toíbín toe om vanuit de moeder te schrijven, al blijft hij op enige afstand van haar en schrijft hij in de derde persoon.
Het is eind 1960 en we volgen Nora tijdens de eerste drie jaren van haar weduwschap. In het begin van het boek krijgt ze bezoek van een personage uit ‘Brooklyn’, een eerdere roman van de Ierse schrijver. De moeder van Rose en Eily Lacey is een van de velen die haar medeleven betuigt na de dood van Maurice Webster.  Onder het medeleven gaat iets anders schuil, nieuwsgierigheid en een neiging om de weduwe de controle uit handen te nemen. Nora voelt zich behandeld als een kind, iedereen wil dingen voor haar regelen in het dorp waarvan ze alle inwoners kent, tot de hen toegewezen plek op het kerkhof toe. Wie uit de band springt, al is het maar met een ongebruikelijk kapsel, wordt in de gaten gehouden. Toch is de bemoeienis niet altijd een aanslag op Nora’s vrijheid, er zijn momenten waarop de tussenkomst van anderen haar redt.
Tóibín beschrijft ze in de meest eenvoudige en onversierde taal, de kloosterzuster en dorpsvrouwen die Nora volgen, in een stijl die vergelijkbaar is met die van ‘Brooklyn’. Wel is er veel minder sprake van een klassieke plot. Tóibín registreert kleine en grote crisissen: het tergende bezoek aan een tante, de confrontatie met een schoolhoofd, ruzie op kantoor. Wonderlijk is het hoe Tóibín de lezer zo intens laat meeleven zonder toegiften te doen aan de vraag om conventionele spanning.
Muziek
Tóibín heeft ooit gezegd dat de roman voor de lezer moet aanvoelen als een aanslag op het zenuwstelsel, emotionele vervoering is wezenlijk voor hem. Een van de vele troeven van dit boek is de beschrijving van de relatie tussen de moeder en haar zonen, Donal en Conor. De dochters zijn het huis al uit, dus het zijn vooral de zonen die de moeder scherp in de gaten houden, die panikeren bij de minste verandering. Donal is de fictionele versie van Tóibín, een jongen die moeizaam met zijn moeder communiceert, die stottert sinds de dood van zijn vader en experimenteert met zwart-witfotografie. De moeder zit opgesloten in haar verdriet dat ze probeert te verbergen voor haar zonen. Ze praten niet over de vader en toch zijn er momenten van stilzwijgende communicatie over hun leed, zoals de magische scène waarin de drie naar de oude Hollywood film ‘Gaslight’ kijken en iets herkennen in de angst van Ingrid Bergman.
Toíbín brengt geen lange gedachtestromen van de moeder, daardoor komen observaties die ons laten peilen naar de intensiteit van haar pijn keihard aan: ‘Maar er waren geen andere dingen. Er was enkel datgene wat gebeurd was.’
Dit is geen deprimerend boek en het is ook geen boek over de veerkracht van de mens. Er zit humor in en verdriet, hoop en berusting, woede en uitgelatenheid. Nora keert terug naar het kantoor waar ze werkte voor haar huwelijk met een leraar, een plek die ze verfoeit en die laat zien hoe arrogant Nora bij momenten is Voor het eerst in haar leven neemt ze beslissingen zonder Maurice te raadplegen. Sommige voelen verkeerd aan, andere zijn als heet badwater waaraan je moet wennen voor het zijn weldaad openbaart. Nora ontdekt muziek, ze heeft een karakteristieke stem en neemt zanglessen, ze koopt een platenspeler, luistert naar Brahms en Schubert. Muziek is zowel verrijkend als confronterend: ze bedenkt dat haar leven thuis berust op toevalligheden, het is veel onstandvastiger dan de trefzekere tonen van de cello.
In de tweede helft van roman spelen de politieke omwentelingen in Noord-Ierland een rol op de achtergrond. Een van Nora’s dochters is politiek geëngageerd. Nora leest de kranten, leeft mee, maar ze is geen politiek beest, zoals haar man.
Heel geleidelijk, onzichtbaar haast, trekt ToibÍn zijn hoofdpersonage uit het moeras van haar verdriet. Het slothoofdstuk waarin Nora terugdenkt aan het sterfbed van haar moeder behoort tot het beste dat Tóibín heeft geschreven.
In 2009 won Tóibín de Costa Novel Award voor ‘Brooklyn’, benieuwd of hij dit kan overdoen. Ook Ali Smith zou de prijs verdienen, zij is genomineerd voor ‘How to be both’. De twee andere genomineerden zijn Neel Mukherjee met ‘The Lives of Others’ en Monique Roffey met ‘House of Ashes’.
****

Colm Tóibín – Nora Webster – Penguin – 310 blz. – volgend jaar verschijnt de Nederlandse vertaling bij De Geus.