Het Begin (Schrijven Magazine)


Het begin
Moet je met de openingslijnen van je verhaal de lezer meteen bij het nekvel grijpen of trek je hem juist langzaam je verbeelde wereld in?
De eerste zin van je verhaal is een belofte. Hij is de blinkende appel die de marktkramer voorhoudt aan de klant. De appetijtelijk ogende vrucht doet vermoeden dat de man meer lekkers op voorraad heeft. Dit is de openingszin van Kazuo Ishiguro’s Laat me nooit alleen: ‘Mijn naam is Kathy H.’ Klassieker kan het haast niet, dit lijkt wel Charles Dickens. Alleen die onvolledige familienaam verrast. Ishiguro laat Kathy H. vertellen over haar werk. We lezen dat ze verzorger is. Van wat of wie weten we niet. Dan lezen we: ‘Mijn donors hebben het meestal veel beter gedaan dan verwacht.’ Op dat moment – de eerste paragraaf is nog niet afgelopen – beseffen we dat de wereld die de schrijver voor ons zal ontvouwen er een is die anders is dan de onze. De openingsparagraaf intrigeert, roept vragen op. Wie mysterie suggereert, moet die belofte waarmaken en dat doet Ishiguro ook in zijn dystopische vertelling.
In Building Fiction schrijft Jesse Lee Kercheval over ‘the alarm clock opening’: veel beginnende auteurs laten het verhaal te vroeg starten, wanneer een personage nog ligt te slapen. Begin later, zoals Jhumpa Lahiri in Dit gezegende Huis: ‘Ze ontdekten de eerste in een kastje boven het fornuis, naast een ongeopende fles moutazijn.’ De eerste wat? Je bent meteen nieuwsgierig. Wanneer je dit verhaal leest, heb je het gevoel dat je er middenin valt. Vooral bij korte verhalen, zoals dat van Lahiri, neem je beter geen aanloop. Je begint in medias res.
Explosief of subtiel?
In The Secret Miracle vraagt Daniel Alarcón aan auteurs wat de openingslijnen van een verhaal moeten teweegbrengen. Colm Toíbín vindt ze pas geslaagd wanneer ze een aanval op het zenuwstelsel van de lezer veroorzaken. Voor Stephen King is het essentieel dat ze ongeduldig maken. Yiyun Li heeft het over het creëren van een sfeer, het opbouwen van een wereld.
In Amerikaanse boeken over schrijven lees je dat je openingszinnen explosief moeten zijn, dat ze moeten knetteren van de spanning en het conflict. Nochtans kan je ook subtiel en traag beginnen. ‘Op een oktobermaandag in het eerste jaar van de nieuwe vrijheid stort de regen nietsontziend op de hoofdstad.’ Zo luidt de openingszin van Feest van het beginvan Joke van Leeuwen. De schrijfster kijkt van op afstand naar de stad, haar blik glijdt over de daken. Daarna pas zoomt ze in. Joke Hermsen doet dit in Blindgangers met de openingszin ‘De winter kwam vroeg dit jaar.’ Vervolgens zoomt ze in en aan het einde van de roman zoomt ze uit. De cirkel is mooi rond.
Richtingaanwijzer
Er zijn veel manieren om te beginnen. De enige regel: zorg dat het begin past bij de rest en de rest bij het begin. Trots en vooroordeel van Jane Austen begint met een algemene observatie: ‘Het is een waarheid die iedereen, waar ook ter wereld, zal onderschrijven: een ongehuwde man met een behoorlijk vermogen heeft behoefte aan een echtgenote.’ Het lijkt wat ouderwets, zo een observatie, en toch vind je ze ook in moderne fictie. Dit is de eerste zin van Barbara Kingsolvers Vlieggedrag: ‘Het ingooien van je eigen glazen geeft een gevoel dat iets wegheeft van verrukking.’ Je kan beginnen met een dialoog, de beschrijving van een personage, een landschap, een situatie. Alles kan. Besef wel dat de openingszin een richtingaanwijzer is. Je maakt een keuze, stuurt het verhaal een bepaalde kant op. Het schrijfproces begint zelden met de openingszin. Dit is de opening van Peter Careys Bliss: ‘Harry Joy was to die three times, but it was his first death which was to have the greatest effect on him, and it is his first death which we shall now witness.’ Deze openingszin is niet alleen opvallend, hij vat de roman ook samen. Het is heel waarschijnlijk dat Carey hem pas schreef toen zijn verhaal af was.
Tips:
Probeer niet heel erg slim of heel erg grappig uit de hoek te komen aan het begin wanneer de rest van je verhaal anders is qua toon.
Noteer geslaagde openingszinnen uit de verhalen die je leest. Bestudeer ze. Waarom zijn ze zo goed?
Schrijf nu zelf enkele geslaagde openingszinnen, je hoeft het verhaal niet af te werken.
 Dit  artikel verscheen in Schrijven magazine, Jaargang 18, nr. 2, zie www.schrijvenonline.org