In de vingers

Dit artikel is verschenen in Schrijven Magazine.

Schrijven vanuit je tastzin

Wat zou de wereld een schrale plek zijn zonder de wind die in onze gezichten waait of zonder de crunch van een kom ontbijtgranen. In deze workshop verkennen we de textuur van de dingen.

Mijn ochtenden beginnen meestal met een uitgebreide knuffelbeurt van onze kat Lisa (op bovenstaande foto staat de Franse schrijfster Colette, een groot kattenliefhebster!). Wat is er nou heerlijker dan je vingers te laten glijden door zo’n weelderige kattenvacht? Kat en baasje meteen tevreden. Nu ik erover nadenk, bevat mijn ochtendritueel wel meer tactiel genot. Ik hou van de stukjes knapperige appel in mijn kommetje havermout, van het gladde papier in mijn dagboek, van de warme douchestraal en van de zachte crème waarmee ik mijn voeten insmeer.

‘De tastzin is het oudste zintuig en het meest noodzakelijke. Als een sabeltandtijger zijn klauw op je schouder legt, moet je dat ogenblikkelijk weten,’ schrijft Diane Ackerman in haar prachtige boek Reis door het rijk der zinnen. Een cultuurgeschiedenis van onze zintuigen. Toch besteden we niet altijd bewust aandacht aan de textuur van de dingen. Laten we dat in deze workshop wel doen!

Hoe voelt het?

Oefening 1:

-Wij zijn zo sterk visueel ingestelde wezens dat we dikwijls voorbijgaan aan wat de andere zintuigen ons laten voelen. In deze oefening luisteren we naar wat onze vingers vertellen.

-Vraag aan een huisgenoot, vriend of buur om een tas te vullen met spullen. Je kunt dit ook zelf doen, maar dan is de inhoud geen verrassing meer.

-Trek blind een object en houd je ogen gesloten. Betast het grondig zonder te gluren. Je kunt het object ook tegen je andere lichaamsdelen aandrukken. Probeer een open geest te bewaren, blijf nieuwsgierig, ook wanneer je weet welk object het is.

-Open je ogen en beantwoord de volgende vragen:

Hoe voelt het object? Beschrijf dit zo nauwkeurig mogelijk.

Aan welke andere objecten doet de textuur van het object je denken? Schrijf zoveel mogelijk op.

Welke gedachten roept het op? Welke herinneringen en emoties?

Oefening 2:

In onderstaand kindergedicht beschrijft Polly Chase Boyden het gevoel van modder tussen de tenen.

Mud

Mud is very nice to feel

All squishy-squash between the toes!

I’d rather wade in wiggly mud

Than smell a yellow rose.

Nobody else but the rosebush knows

How nice mud feels

Between the toes.*

-Welke texturen vind jij aangenaam? Denk niet uitsluitend aan dingen die je kunt voelen met je handen. Denk aan al je lichaamsdelen. Maak een lijstje.

-Welke texturen vind je onaangenaam, vies, afstotelijk, misschien zelfs ronduit angstaanjagend. Maak een tweede lijstje.

-Schrijf nu een stukje proza over een favoriete en een afstotelijke textuur. 300 woorden. Of maak twee aparte stukjes van elk 300 woorden.

Oefening 3:

-Maak op je blote voeten een rondje in je tuin of in een park. Je hoeft geen lange afstanden af te leggen, juist niet. Wat voel je bij je voetzolen? Bij je onderbenen? Zijn er ook sensaties waarneembaar op andere lichaamsdelen? Schrijf het op.

-Voel nu met je vingers, je armen, je neus aan het gras, aan de planten en bloemen die je omringen. Schrijf zoveel mogelijk details over ze op. Als je het fijn vindt, kun je ook andere zintuiglijke sensaties noteren zoals de geur, de smaak, geluiden en visuele details.

-Schrijf nu een zeer kort verhaal van maximaal 100 woorden waarin je enkele zintuiglijke waarnemingen opneemt (minstens tweemaal tastzin). Gebruik details uit de vorige twee stappen. Laat de gebruikelijke ideeën over wat een verhaal is los. Het hoeft geen plot te hebben, het mag heel bruusk beginnen en eindigen.

Oefening 4:

Lees onderstaand fragment uit de roman Ruw van Marie Kessels:

‘De overhangende takken en de geveltuintjes zijn een verhaal apart, in de lente hadden ze nog weinig groen en sloegen ze hun tere blaadjes en bloesempjes lustig tegen me aan: de eigenaardigste geseling die ik ooit had ondergaan. Eén struik had een geurige zachtheid die ik niet kon weerstaan, ik probéérde er niet eens voor uit te wijken. Maar de zomer heeft niet alleen de klank veranderd van de echo’s die ik hoor (minder droog), maar ook het karakter van die lieflijke struik. Op een nacht zat mijn gezicht opeens onder het bloed nadat de struik in me had geprikt, met van die heel fijne, goed verstopte, venijnige doornen, voelde ik toen ik terugliep om te weten te komen wat er was gebeurd.’

Heb je gemerkt wat er met het personage aan de hand is? Ze is blind. Wanneer een van je zintuigen niet werkt, compenseren de andere zintuigen dat. Wil je ervaren hoe dat voelt, lees dan deze roman of lees Nachtschrijver van Jannie Regnerus over een dichter die blind wordt.

-Ga op zoek naar een foto van een personage over wie je wil schrijven of ga aan de slag met een personage dat je eerder hebt gebruikt.

-Laat dit personage een ommetje maken op een vertrouwde plek. In huis, in de tuin of elders. Let op: dit personage is blind. 200 woorden

-Laat ditzelfde personage nu rondlopen op een plek die onbekend is. Probeer je echt in te leven in de zintuiglijke beleving van je personage. Gebruik de ik-persoon. Wissel gedachten, handelingen en zintuiglijke indrukken met elkaar af. 200 woorden

Is het krokant genoeg?

Mijn eerste boek Smaak. Een bitterzoete verkenning was een mix van essayistiek over eten en een culinaire memoir. Een citaat:

Van alle rauwe dieren zijn insecten het knapperigst. Allen (de naam van een wetenschapper, KM) vraagt zich af of we knapperig eten waarderen omdat onze voorouders insecteneters waren. Een eenduidig antwoord geeft hij niet. Hij heeft het ook over knapperige groenten, bladeren en wortelen. Die voorliefde lijkt ons in de genen te zitten. Van verwelkte, slijmerige exemplaren moeten we niets hebben; ze zijn, zo hebben we geleerd, minder voedzaam en lekker.

Oefening 5:

-Maak een lijstje van etenswaren die je extra lekker vindt omwille van hun textuur.

-Maak nu een lijstje van eten dat volgens jou een vieze textuur heeft.

-Laat het personage uit je vorige oefening op restaurant gaan. Het loopt niet helemaal naar wens. Het bestelde gerecht heeft niet de juiste textuur. Wat gebeurt er? Haalt je personage er de kelner bij of niet? 400 woorden

-Schrijf in de vorm van een freewrite over wat je als kind graag at of juist vies vond. In hoeverre had de textuur daar iets mee te maken? Denk aan rillerige pap of platgekookte groenten. 10 minuten.

-Stel je voor dat je snoep- of koekjesproducent bent en je wil iets ontwikkelen met een interessante textuur en smaak. Waar zou je voor kiezen? Laat je helemaal gaan. Denk aan de verrassende bonbons die je vindt bij topchocolatiers, bijvoorbeeld een bonbon met rode biet en witte chocolade met de crunch van popcorn, zoiets.

Wat voor weer wordt het?

Oefening 6:

We duiken nog even in onze herinneringen.

-Beschrijf zo zintuiglijk mogelijk je herinneringen aan een zomerse stortbui.

-Heb je ooit vrieskou ervaren zonder handschoenen aan (of op een andere manier te licht gekleed voor het weer)? Hoe voelde dat?

-Schrijf een herinnering neer aan een hittegolf. Wat voor effect had het weer op je lijf? Op je denken? Op je activiteiten?

Neem voor elk van deze oefeningen de tijd. 10 minuten per onderdeel.

Oefening 7:

-Je gaat nu weer aan de slag met het blinde personage uit de vorige oefeningen. Dit personage is aan het tuinieren. Plots wordt het overvallen door een hagelbui. Wat gebeurt er? 300 woorden.

-Door de hitte is je personage onwel geworden op straat. Schrijf een fragment waarin er interactie is met andere personen. 300 woorden

Slotoefening:

Schrijf een verhaal waarin texturen een bijzondere rol spelen. Je kiest zelf of het een komisch, dramatisch of andersoortige vertelling wordt. Laat je eventueel inspireren door wat je hierboven aan schrijfmateriaal hebt verzameld. Veel plezier!

*Dit gedicht komt uit de erg leuke bundel met kindergedichten Sensational! Poems inspired by the five senses, uitgegeven onder redactie van Roger McGough.

Kathy Mathys is schrijver en schrijfdocent.