‘Ik heb weinig te zeggen over wat ik schrijf.’
Wie eenmaal heeft kennisgemaakt met de wereld van Elizabeth Strout, wil nooit meer terug. Gelukkig is nu ook haar vierde roman, een van de hoogtepunten uit haar rijke oeuvre, in het Nederlands vertaald.

Ik ken geen andere schrijver over wie vrienden en bekenden me zo vaak vertellen dat ze álles van haar hebben gelezen. Of ze zich nu in Illinois, Maine of New York afspelen, Strouts verhalen gaan altijd over de levens van gewone mensen. ‘Is er iets fascinerender dan dat?’ vraagt Strout waarop ze haar klaterende lach laat horen, die tijdens ons gesprek vaker zal weerklinken. ‘De keuzes die mensen wel of niet maken, hun ontgoochelingen, hun vreugde, niets is voor mij boeiender.’
In het nawoord van De Burgess-broers, haar vierde roman uit 2013, zegt de schrijfster dat ze geïnteresseerd is ‘in de weinig verheffende aspecten van de menselijke ervaringen en de hardnekkige onvolkomenheden in ons leven’. De manier waarop Strout haar feilbare personages opvoert, namelijk zonder sentiment en zonder oordeel, maakt haar werk zo innemend.
Wie Strout heeft gelezen, herinnert zich wel dat de broers Bob en Jim Burgess eerder opdoken, heel kort in Blijf mij nabij en uitgebreid in Vertel me alles. In De Burgess-broers krijgen Jim en Bob de hoofdrollen. Strout combineert in deze roman de gevolgen van een familiedrama met een breder verhaal over de manier waarop de staat Maine omgaat met de komst van Somalische vluchtelingen.
In alle verhalen van Elizabeth Strout is de plek waar de personages wonen belangrijk. Dat kan hun geboorteplek zijn of de plek waar ze naartoe verhuisd zijn. Toen Strout begon met schrijven, wist ze niet dat setting zo belangrijk zou zijn voor de identiteit van haar personages:
‘Toen ik werkte aan Amy en Isabelle, mijn debuutroman, had ik geen idee dat dit een van mijn belangrijkste thema’s zou worden. Ik woonde toen al vijf jaar in New York en ik probeerde over die stad te schrijven, maar dat lukte me niet. Ik had hem nog niet voldoende in de vingers, ik voelde me een buitenstaander. Ik besefte dat ik over de plek moest schrijven waar ik vandaan kwam, over Maine dus. Het was in diezelfde periode dat ik een professor hoorde zeggen ‘Literature is place.’ Ik weet niet of dit voor elke boek geldt, voor mijn werk in elk geval.
Het is trouwens niet omdat ik zo lang in Maine gewoond heb dat ik geen onderzoek moest doen. Ik doe voor elk van mijn boeken uitgebreid onderzoek naar de locatie, wil de plek in elk seizoen meemaken. Voor ik begon aan Ik heet Lucy Barton ben ik drie keer naar het Middenwesten getrokken voor een grondige verkenning van haar landschap.’
In De Burgess broers zegt Jim: ‘Maine ligt gewoon op sterven, ligt aan de beademing.’ Deelt u zijn visie?
‘Tja, dat is wel iets wat Jim zou zeggen. Hij is weggegaan uit Maine, weggevlucht, zou je kunnen zeggen. Hij heeft een ingewikkelde relatie met de plek om redenen waar de lezer uiteindelijk achter komt. Ergens heeft hij ook wel een punt. Maine heeft de meest witte en de oudste bevolking van alle staten. Of Maine echt aan de beademing ligt? Eerlijkgezegd denk ik dat elke Amerikaanse staat momenteel aan de beademing ligt. Ik herken Jims grote blijdschap omdat hij in New York kan wonen, die voel ik elke dag nog. Veertig jaar geleden kon ik niet wachten om naar new York te vertrekken. Nu spendeer ik weer meer tijd in Maine. Mijn man is er ook van afkomstig. Laten we zeggen dat ik gemengde gevoelens heb over Maine en dat is ideaal voor een schrijver.’
Zijn de inwoners van Maine geboren verhalenvertellers? Uw moeder was er in elk geval goed in.
‘De bevolking in Maine is veeleer zwijgzaam. Het zijn binnenvetters, zo van ‘Tanden op elkaar en gewoon doorgaan’. Ik belde mijn broer nog gisteren, gewoon om te bij te praten, maar langer dan twee minuten duurt zo een gesprek nooit. Hij zegt gewoon niets! Mijn moeder was anders. Nu ik erop terugkijk, denk ik dat zij zelf graag schrijver wilde worden. Ze heeft mij erg aangemoedigd toen ik klein was. Zij was een rasverteller en haar verhalen gingen altijd over gewone mensen, net als die van mij. Mijn moeder maakte in haar verhalen zijsprongen maar ze geraakte de weg niet kwijt. Ik kon uren naar haar luisteren.’
Het valt me op dat de verhalenvertellers in uw romans liever over anderen praten dan over zichzelf. Was dat ook het geval bij uw moeder?
‘Nu je het zegt. Ik had dat verband nooit gelegd, maar zo was zij inderdaad. Ik kan me hooguit een of twee dingen herinneren die ze vertelde over haar kindertijd. Ze had het liever over de familie of over de mensen met wie ze ging dansen als jonge vrouw. Toch denk ik dat een personage als Olive Kitteridge zichzelf op de een of andere manier laat zien aan haar toehoorder, ook al praat ze niet over zichzelf.’
Olive Kitteridge mag dan weigerachtig zijn om over zichzelf te praten, Lucy Barton is dat juist niet. Haar openhartigheid in een romans als Het verhaal van William is hartverscheurend. Had u na de nukkigheid van Olive behoefte aan een heel ander soort personage?
‘Weet je, ik zou daar een heel verhaal over kunnen ophangen, maar de waarheid is dat ik weinig te zeggen heb over wat ik schrijf. Alles speelt zich af in mijn onderbewuste. Als een boek is afgerond, dient er zich een nieuw personage aan. Ik hoor altijd eerst de stem, hoe ze praten, van hun uiterlijk heb ik enkel een vaag beeld. Zelfs nu weet ik nog niet precies hoe Lucy of Olive of Bob of Jim eruitzien. Hun stem, hun woordkeuze, dat is het allerbelangrijkste. Olive is inderdaad totaal anders dan Lucy, die het hart op de tong heeft en veel over zichzelf onthult.’
Uw twee beroemdste personages zijn Olive Kitteridge en Lucy Barton, ze keren steeds terug in uw romans. Wilde u altijd al een romanwereld scheppen met terugkerende personages?
‘Nee, dat ik nooit verwacht! Je kan elk van mijn boeken ook apart lezen. Ik dacht namelijk na elk boek: ok, nu ben ik klaar met Olive Kitteridge. Of: ok, nu ben ik klaar met Jim en Bob Burgess. Maar zij waren nog niet klaar met mij. Nogmaals ik heb er niet veel keuze in. Ik weet nog dat ik in Noorwegen was toen Olive zich opnieuw aandiende. Ik dacht eerst: niet háár weer. Maar uiteindelijk ging ik erin mee. Ik zag haar lopen langs de Noorse kust, ouder nu, met een wandelstok. Olive is een geweldig personage voor een schrijver: koppig, betweterig, veeleisend voor haar omgeving.’
Ik herinner me nog steeds het fragment in Olive Kitteridge waarin Olive met het gezin van haar zoon een ijsje gaat eten. Bij thuiskomst merkt Olive dat ze gekliederd heeft. Het maakt haar ziedend dat haar zoon niets heeft gezegd van de vlekken. Hij zal wel gedacht hebben ‘Ach, ze wordt nu echt oud’, denkt Olive. Dat is een van de passages waarin u prachtig schrijft over oudere personages. Waarom boeien zij u zo?
‘Ik heb altijd interesse gehad in ouderen, waarschijnlijk omdat ik als kind zoveel tijd doorbracht bij mijn groottantes. Die zaten samen te praten over van alles en nog wat, over de laatste maaltijden die hun mannen hadden gegeten voor ze doodgingen. En dat ging dan van: “Ik ben zo blij dat Frank die avond nog zijn favoriet makreelgerecht heeft gekregen.” De soundtrack van mijn kindertijd is de muziek die hun stemmen vormden. Ze leefden in het verleden, waren niet bepaald gelukkig tijdens hun oude dag, hadden niets om naar uit te kijken. Als kind voelde ik hun verdriet aan en ik probeerde hen op te vrolijken. Je voelt je als kind verantwoordelijk voor het geluk van volwassenen. Ik denk dat het ook door die oudtantes komt dat ik een opleiding tot gerontoloog heb gevolgd. Ik heb nog in een rusthuis gewerkt en vervolgens ben ik gaan schrijven over ouderen. Ze fascineren mij en ik wil ze hun waardigheid geven.’
In De Burgess broers schrijft u dat je de ander nooit echt kan kennen. Gelooft u dat en ontdekt u al schrijvend nog nieuwe dingen over uw personages?
‘Dat geloof ik inderdaad. Veel van mijn verhalen zijn doordrongen van die gedachte. Het is volgens mij niet erg dat er een verschil is tussen hoe mensen praten, zich aan de wereld presenteren, en wie ze echt zijn. Ik vind het zo ontzettend interessant dat we de ander nooit door en door kennen. Het is niet perse zo dat mensen elkaar met opzet bedriegen. Wanneer ze een herinnering ophalen wordt dat een verhaal, het is geen exacte weergave van het verleden.
Ik leer mijn personages geleidelijk kennen, zeker, dat maakt het schrijven juist zo boeiend. De voorbije jaren begon ik meer na te denken over Bob Burgess, over wie ik decennia geleden voor het eerst heb geschreven. Wat ik zo bijzonder vind aan Bob is dat hij een man is die zichzelf niet kent. Hij is ontzettend vriendelijk en empathisch, maar beseft dat niet van zichzelf. Dat realiseerde ik me meer en meer. In Vertel me alles, mijn meest recente roman, worden Bob Burgess en Lucy Barton vrienden. Ze hebben allebei een complex verleden en ik was heel benieuwd naar hoe de dynamiek zou zijn tussen die twee.’
In Een duik in een vijver in de regen vertelt George Saunders hoe hij jarenlang Hemingway-achtige verhaaltjes probeerde te schrijven, die best aardig waren maar niet heel eigen. Pas toen hij zich toeliet zijn eigen stem te gebruiken, ging het rollen. Is dat herkenbaar voor u?
‘Absoluut! Mijn eerste boek is pas verschenen op mijn tweeënveertigste, terwijl ik al schreef op mijn vierde. Ik probeerde te schrijven als een Echte Schrijver of zoals ik dacht dat die zou schrijven. Pas bij Amy en Isabelle besefte ik: nee, ik moet schrijven zoals mezelf. Tot die tijd probeerde ik de schrijvers uit The New Yorker te imiteren. Het is zoveel makkelijker om als mezelf te schrijven. Ik heb eens gelezen dat Gabriel Garcia Marquez een van zijn boeken pas kon schrijven toen hij de stem van zijn grootmoeder ging gebruiken. Bij mij zijn het ook de stemmen van mijn moeder, van mijn groottantes die doorklinken in het werk.’
Helen, de vrouw van Jim Burgess kan het wereldnieuws niet verdragen. Het artikel over de Somalische vluchtelingen in Maine verpest haar vakantie in een luxeresort. Zou iemand als zij het nieuws nog volgen de dag van vandaag, nu alles er nog grimmiger uitziet?
‘Ze zou het er sowieso moeilijk mee hebben. Weet je, Helen is een rijke huisvrouw uit een dure buurt in Brooklyn, ze is verwend. Ze wil het slechte nieuws niet horen. In het echte leven zou ik een oordeel klaar hebben over iemand als zij, maar in mijn verhalen oordeel ik nooit over mijn personages. Nooit. Dat helpt me om ze scherper te zien. Trouwens, niet alleen Helen zou het moeilijk hebben met het nieuws deze dagen. Ik vind het ook erg zwaar. Mijn man is jarenlang procureur-generaal geweest en hij volgt de politieke ontwikkelingen op de voet. Veel details krijg ik via hem mee. De globale ontwikkelingen houden me sowieso erg bezig. Ik begin nu te begrijpen dat we voor een heel lange tijd met onzekerheid zullen moeten leven.’
Van al uw romans is Lucy aan zee, een roman over de coronapandemie, diegene die op de meest directe manier inspeelt op de actualiteit. Voelt u zich genoodzaakt die actualiteit een plek te geven in toekomstig werk?
‘Ik zou niet weten hoe ik dat nu nog kan vermijden. In mei verschijnt mijn volgende roman, een met totaal nieuwe personages – ik mag er nog niets over zeggen, het is al klaar. Dat boek speelt in op de actualiteit. Voor mij is het wel een vreemde ervaring dat ik nog geen nieuwe roman ben beginnen te schrijven. Normaal gezien start ik meteen iets nieuws bij inlevering. Er staat altijd wel een personage te wachten in de coulissen. Nu heb ik geen idee. Volgens mij is dat verbonden met de politieke situatie van mijn land. Ik kan niet doen alsof de vreselijke dingen die nu in Amerika plaatsvinden niet gebeuren. Terzelfdertijd heb ik nog geen manier gevonden, als schrijver, om aan de slag te gaan met wat er allemaal speelt. Natuurlijk zou ik een historische roman kunnen schrijven, maar dat is niets voor mij. Ik heb geen zin in al die research. Voor De Burgess-broers heb ik jarenlang research gedaan omdat ik ook een Somalisch personage wilde opvoeren. Ik wilde geen roman schrijver over De Ander. Ik heb me verdiept in de Somalische cultuur en geschiedenis. Heel interessant, maar het kost ontzettend veel tijd. Ik ga het niet nog een keer doen.’
In hoeverre houdt u rekening met de lezer tijdens het schrijven?
‘Ik denk dat er weinig literaire auteurs zijn die zoveel rekening houden met de lezer als ik. Die denkbeeldige lezer zit naast me tijdens het schrijven en tikt me op de schouder als ik me aanstel of iets vertel dat ‘cool’ klinkt waar onwaarachtig is. Die lezer zorgt ervoor dat ik eerlijk ben, authentiek. Maar ook als een boek eenmaal is verschenen, denk ik aan de lezer en hoop ik dat mijn verhalen een beetje zullen helpen om het leven te leven.’
Kathy Mathys
****
Elizabeth Strout – De Burgess broers – Atlas Contact – vertaald door Inge Kok – 382 blz.