Fiona McFarlane – Tijgers in de nacht (De Standaard)


Nog één keer bruisen
De Australische Fiona McFarlane laat zich opmerken met haar debuut ‘Tijgers in de nacht’, een roman over een ouder wordende vrouw.
Kathy Mathys
In het late toveruur, wanneer de geest slaperig wordt en kwetsbaar, hoort de vijfenzeventigjarige Ruth een tijger rondsluipen in huis. De weduwe woont alleen aan de kust van New South Wales, Australië, een godenplek waar je walvissen kan spotten in het seizoen.
Daags nadien klopt Frida Young aan bij Ruth. Ze is gestuurd door de regering, vertelt ze, en komt voor Ruth zorgen. Ze laat de vloeren blinken, stoft de hoeken uit en wast Ruths haren. ‘Ik ben geen vreemde, en ik ben ook geen vriendin – ik ben uw rechterarm,’ klinkt het.
Fiona McFarlane maakt van Frida een gigant: ze torent letterlijk boven Ruth uit en ze is dominant, drukt haar stempel. Ruth verbaast zich over Frida’s wisselende kapsels, nooit eerder ontmoette ze een vrouw die haar haartooi als een hobby beschouwde. Frida verdrijft met haar geklets de stilte uit huis en toch is ze over bepaalde onderwerpen kort van stof. Zo komt Frida uit Fiji, het eiland waar Ruth opgroeide en dat ze koestert in haar dagdromen en nachtelijke fantasieën. Frida praat er niet graag over.
McFarlane schetst Ruths kindertijd trefzeker en beeldend: de zon, het junglegroen, de vele uren van psalmen zingen onder het antiseptische licht dat haar ouders, missionarissen, over de tafel lieten schijnen. Het is de ‘tikkelende, zingende jungle’ die Ruth ’s nachts laat opbloeien in haar hoofd. Haar vader, een arts, neemt een jonge assistent aan, Richard, voor wie Ruth, een ernstige tiener, viel. Haar eerste verliefdheid is pijnlijk, tergend.
Zorgproject
McFarlanes debuut is een rijk boek met fijnzinnige en broeierige details, die voortkomen uit de landschappen en uit Ruths boeiende geest. Erg knap hoe deze debutante ronddwaalt in het hoofd van een vrouw die terugblikt en voor één keer opnieuw het gevoel wil hebben dat ze van belang is. Aan haar zonen, die ver weg wonen, heeft Ruth weinig. De oudste betuttelt haar, ziet haar als een ‘zorgproject’, wat zijn moeder woest maakt.
De schrijfster toont haar personage als een vrouw die intelligent is, grappig, bezorgd om hoe ze overkomt. Ze zwicht voor Frida, die een fascinerend schouwspel vormt voor de weduwe.
‘Tijgers in de nacht’ is een roman over herinneren en naarmate het verhaal vordert, worden Ruths gedachten minder betrouwbaar. Ze is – dat voel je – op weg naar de dood. De tijger, die Frida met blote handen dreigt aan te pakken, is op die manier niet enkel een jeugdsouvenir uit Ruths jungletijd maar ook een dreigende entiteit die haar geest komt ontmantelen.
McFarlane laat de lezer aanvoelen hoe het is om een ouder wordend lichaam te bevolken. Telkens wanneer Ruth achter het stuur kruipt van de auto van haar overleden man, breekt het zweet haar uit en krijgt ze het gevoel naar haar eigen begrafenis te rijden. Zittend in het bad kijkt Ruth naar haar benen die er dankzij het badwater glad uitzien, in tegenstelling tot haar gerimpelde bovenlijf, wat de lezer eraan herinnert hoe we gelijktijdig jong en oud kunnen zijn. McFarlane laat nu en toen in elkaar overvloeien in sprekende beelden: ‘Het licht rondom haar bed bewoog als het muskietennet waar ze als meisje onder had geslapen.’
Oud zijn is niet enkel kommer en kwel, de komst van Richard brengt voor het laatst liefde en seks in Ruths leven.
McFarlane zet ook in op plot en dan belanden we meteen bij het minst interessante aspect van dit debuut. Aan het eind wordt de ontknoping erg belangrijk, wat even ten koste gaat van de rest.
De schrijfster deed er goed aan om Frida op te voeren als een haast mythisch wezen. Je vraagt je af of ze wel echt is, of ze ook een van de spoken is in Ruths hoofd. Verhalen over een geest die zowel vonkt als aftakelt: op technisch vlak kunnen ze de schrijver hoofdbrekens bezorgen. Je wil de verwarring tonen en toch begrijpelijk blijven. McFarlane overtuigt en ze haalt het maximum uit haar personages, het landschap en hun levens.
****
Fiona McFarlane – Tijgers in de nacht – vertaald door Dirk-Jan Arensman – Meulenhoff – 293 blz. – oorspronkelijke titel: The Night Guest.