Pat Barker – De vrouwen van Troje (De Standaard)

De vrouw in de coulissen

Pat Barker – Women of Troy

Lees hier de krantenversie:

 

Pat Barker weet elke zin van haar roman over de Trojaanse vrouwen te injecteren met een dosis knetterende energie.

 

Het verhaal van het paard van Troje: elke lagereschoolkind krijg het mee. Net zo versleten is het als de lompen waarin de arme, door oorlog geteisterde Trojanen zich hulden. Toch begint Pat Barker er ‘De vrouwen van Troje’ mee, het intense vervolg op ‘De stilte van de vrouwen’. Het is snoeiheet in het paard, donker. Het stinkt er naar angst, naar zweet. Pyrrhus, zoon van de gestorven Griekse held Achilles, heeft krampen, zo nerveus is hij voor wat hem te wachten staat. Uiteindelijk is het dezelfde Pyrrhus die de Trojaanse koning doodt, op erg klungelige wijze. Pyrrhus wordt onthaald als een held en pas veel later in het boek dringt het tot hem door dat er getuigen waren van zijn onhandige optreden: vrouwen. De scène waarin Pyrrhus zich de vrouwen herinnert, is een van de vele tekenende momenten in deze roman. Ze laat zien dat vrouwen gedwongen worden tot een leven in het duister, aan de zijlijn. Toch speelden ze een grote rol in de Trojaanse oorlog, zoals die is opgetekend door Pat Parker.

Het grootste deel van ‘De vrouwen van Troje’ wordt verteld door Briseïs, de voormalige koningin van Lyrnessos, een stad die de Grieken veroverden voor Troje aan de beurt kwam. Briseïs kennen we uit Barkers vorige als de concubine van Achilles. Inmiddels draagt zij het kind van Achilles en is ze getrouwd met Alcimus, een vertrouweling van Achilles. Laatstgenoemde regelde het huwelijk vlak voor zijn dood. Had hij dat niet gedaan, dan was Briseïs gedoemd geweest tot een leven als seksslavin, zoals veel andere Trojaanse concubines van overleden grootheden.

Hoe zintuiglijk en indringend Barker ook schrijft, je vergeet tijdens het lezen geregeld dat Briseïs zwanger is, niet alleen omdat ze zo actief en avontuurlijk is, maar ook omdat ze zelf niet herinnerd wil worden aan haar toestand. Ze ziet de baby als een parasiet die haar langzaam opslokt. Door de Grieken wordt ze enkel met respect behandeld omdat ze het kind draagt van de grootste Griekse held ooit.

 

Fonkelnieuw

 

Briseïs is niet de enige indrukwekkende vrouw uit deze roman. Helena, om wie de oorlog ooit begon, Hecuba, de Trojaanse koningin, haar dochter Cassandra: de schrijfster geeft hen een stem, een lijf en een lotsbestemming, ze laat hen zingen in een nieuwe toonaard. Dat is een van de gigantische troeven van deze roman. Barker giet niet zozeer oude wijn in nieuwe vaten, ze klinkt op elke bladzijde fonkelnieuw, vertelt het verhaal alsof niemand ooit eerder van het gevallen Troje heeft gehoord. Van Cassandra maakt ze een ongrijpbaar personage dat de ene keer net zo wraakzuchtig handelt als Achilles, de andere keer de dromerige blik van een wisselkind in de ogen heeft. Barkers personages zijn geen helden uit een groots epos, maar mensen met kleine kantjes en onhebbelijkheden, sterktes en zwaktes.

Barker dompelt haar zinnen onder in de bronskleurige gloed die boven het kamp van de Grieken hangt. De lucht oogt dreigend, de wind komt uit zee en verhindert het vertrek van de Griekse schepen. Zijn het de goden die wraak nemen op de bloeddorstige Grieken? Of is er iets anders aan de hand? Daar draait het in grote lijnen om in deze roman, tenminste voor de mannen. De vrouwen zijn in het kamp niet slechter of beter af dan op een van de Griekse schepen.

Barker heeft aandacht voor de klassenverschillen tussen de vrouwen, voor de afgunst die iemand als Briseïs oproept bij vrouwelijke slavinnen. De schrijfster is sterk in het soort details waar je haren overeind van gaan staan. Ze vermeldt terloops dat veel vrouwen gescheurde oorlellen hebben. Hun oorbellen zijn er door de veroveraars afgerukt.

Net als dat van Madeline Miller, de Amerikaanse schrijfster van ‘Circe’, heeft het proza van Barker een stevige vaart. Van de twee is Barker wel de meest lyrische auteur. De spookachtige beschrijvingen van de kustlijn van Troje, van de gevangen Trojaanse koningin hebben een bezwerend effect.

Welke rollen deze vrouwen precies vervulden, laten we hier liever ongezegd. Feit is dat ze weliswaar nooit in de schijnwerpers stonden, maar dat ze wel degelijk hun stempel drukten op het verloop van de oorlog. Ze deden dat niet alleen op een passieve manier, zoals de geschaakte Helena, maar ook als strateeg, zoals Briseïs. Hopelijk komt er nog een vervolg op deze begeesterende vertelling.

 

Kathy Mathys

 

****

Pat Barker – De vrouwen van Troje – vertaald door Eefje Bosch – Ambo/Anthos – 320 blz.