Rebecca Solnit – Recollections of My Non-Existence (De Standaard)

Van niemand tot gigant

Lees hier de krantenversie: Rebecca Solnit memoir

Rebecca Solnit is al lang niet meer de vrouw zonder stem uit haar jonge jaren. In ‘Recollections of My Non-Existence’ blikt ze terug op haar leven.

 

Kathy Mathys

 

Het meest bekend is Solnit van haar essays over feminisme, met name van dat ene stuk, ‘Mannen leggen me altijd alles uit’. Sinds de verschijning ervan in 2008 is de Amerikaanse een boegbeeld van het moderne feminisme. Toch is Solnits oeuvre veel gevarieerder dan dit beroemde essay laat vermoeden. Ecologie, landschap, kunst, politiek: het zijn onderwerpen waarover ze net zoveel heeft geschreven. In ‘Recollections of My Non-Existence’, een memoir met essayistische kenmerken, beschrijft ze hoe ze geleidelijk aan een pasvorm vond voor het leven.

Haar kindertijd in een saaie Californische buitenwijk met zijn anti-intellectualistische klimaat slaat ze over. Wel laat Solnit weten dat haar vader gewelddadig was en dat ze al op jonge leeftijd leerde om gevaar te ontwijken. Als adolescent vroegen mannen uit haar omgeving om seksuele gunsten en zij had niet de taal om zich tegen hen te verweren.

Op haar zeventiende trekt Solnit het huis uit richting San Francisco, de stad waar ze nog steeds woont. Een kwarteeuw lang huurde ze een flat in een levendige, zwarte buurt waar je op elke straathoek gospelgezangen kon horen. Het waren de vroege jaren 1980 en het stikte nog niet van de hipsters en de sushibars in een stad die geleidelijk aan zijn rauwe kantjes zou verliezen. Solnit voelt nostalgie voor dit tijdperk waarin San Francisco een rommelige karakter had en tal van verborgen schatten telde: een wasserette die tevens dienst deed als museum voor antieke strijkijzers, een winkel met oude postkaarten waar Solnit uren sleet. Ze hunkerde destijds naar ‘een besef van tijd, geschiedenis, sterfelijkheid, diepgang, textuur’, dingen waar het de buitenwijken aan ontbrak. Die vond ze ten overvloede in San Francisco. Toch idealiseert ze die jaren niet. Ze was eenzaam op een manier die je als lezer ervaart tot in je botten. Pas als midtwintiger wist ze beter wie ze was en wat voor mensen haar lagen.

Solnit opent haar boek met het beeld van haar jonge ik die in de spiegel kijkt en geen reflectie ziet. Een geest was ze, een niemand. Dit beeld rijmt met het verhaal verderop over haar eerste uitgever, een man die haar systematisch negeerde, haar zelfs niet groette. Solnits onzichtbaarheid was geen individueel probleem. Niet toevallig schakelt de schrijfster vaak over van ‘ik’ naar ‘wij’. Tientallen voorbeelden geeft ze van vrouwen die werden onderschat, als ongeloofwaardig werden beschouwd door mannen, die onzichtbaar bleven omdat mannen dat zo wilden.

 

Avontuurlijk

 

In een van haar beste boeken, ‘A Field Guide to Getting Lost’,  voert Solnit zich op als een vrije geest die ronddwaalt in de Mojavewoestijn. Toch hebben de autobiografische essays in dat boek een duistere onderstroom. Meermaals krijg je als lezer de indruk dat de verdwijntrucs waarover ze het heeft niet enkel een weg zijn naar vrijheid maar ook een vlucht. Hier laat de schrijfster haar licht schijnen op die schaduwzijde. Wandelen en dwalen, of het nu in de stad is of in de wildernis, is een manier om ‘te denken, te ontdekken, mezelf te zijn’. Het is echter niet zonder gevaar om alleen te wandelen. Solnit is vaak lastig gevallen onderweg. Haar klachten werden niet serieus genomen, verdwenen in de annalen als losse incidenten, terwijl er wel degelijk een oorlog gaande was, zoals het hoofdstuk met de titel ‘Life during Wartime’ suggereert.

Behalve wandelen is lezen een manier van denken voor Solnit. Deze autobiografie bevat prachtige passages over de troost van boeken in tijden van chronische eenzaamheid. Solnits pad naar het schrijverschap was hobbelig. In haar jonge jaren werd aan de universiteiten nog geen literaire non-fictie gedoceerd. Daarom trok ze naar een school voor journalistiek. Ze stak er veel op maar kreeg ook te horen dat het wel wat minder kon met die adjectieven. Solnit ontdekte geleidelijk aan hoe ze wilde schrijven. Haar boeken zijn een hybride van memoir, wetenschap, journalistiek en kunstkritiek. Tegenwoordig vind je dit soort collagevormen veel vaker, maar dat was anders in haar beginjaren. Mooi hoe dit boek zelf een toonbeeld is van een memoir die zich niet in een braaf vakje laat stoppen. De schrijfster neemt zijwegen, vertelt sommige gebeurtenissen op twee manieren. Zo wordt ‘Recollections of My Non-existence’ een avontuurlijke parel  over de kunst van het vertellen zelf.

Hoewel Solnit de klemtoon legt op haar vroeg schrijverschap eindigt ze met haar successen. Die worden helaas wat te snel afgeraffeld, wat niet wegneemt dat dit boek een must is voor wie zich wil verdiepen in deze eigenzinnige gigant.

 

****

Rebecca Solnit – Recollections of My Non-Existence – Granta – 244 blz.